Jungle verkennen rond Chiang-Mai | Thailand op zijn best

 In AZIË, REIZEN, THAILAND

Chiang-Mai is een populaire bestemming voor backpackers in Azië. Vaak beginnen reizen in Bangkok, en eindigen ze in deze veelzijdige stad, in de Noordelijke bergen van Thailand. Vanuit deze locatie kan je verschillende tours doen, plekken bezoeken en kan je zelfs gemakkelijk naar Laos doorreizen. Wij hadden drie dagen over, en besloten om de jungle te verkennen rond Chiang-Mai.

Met de ‘jungle’ bedoel ik het bergachtige gebied rondom Chiang-Mai. Een uitgestrekt oerwoud. Hier zouden we drie dagen hiken, overnachten en ook olifant rijden. Dit deden we met een tourorganisatie vanuit Chiang-Mai. Het werd absoluut niet aangeraden om alleen te gaan. Wij gingen met de organisatie “Mr. Jungle Trek”, die claimde dat de organisatie ecologisch en diervriendelijk te werk ging. Dit in verband met olifant-toerisme in Thailand en hoe de dieren worden behandeld. Om je een beeld te geven van een trektocht, hier is mijn verslag van dit avontuur!

De trektocht is echt een aanrader. Wij begonnen vroeg in de ochtend om naar het gebied te rijden. Dit duurde wel een tijdje, en het ging per tuktuk. Eventjes slapen komt er niet van, met alle hobbels in de weg. We eindigden op een olifantenfarm, waar ze “werkloze” – ooit mishandelde/gebruikte – olifanten opvingen en in de jungle vrij los lieten. Één keer per vier dagen kwamen er toeristen, die de olifanten mochten berijden. De olifanten werden dan door het bos bij elkaar gesprokkeld, zodat ze hun “werk” konden doen. Uiteraard werden ze daarna ook weer vrij gelaten.
De eerste dag liepen we drie uurtjes door de jungle. We kwamen aan bij een bungalow in het midden van het bos. Hier sliepen we die avond, onder de klamboes. De sterren zijn geweldig in de jungle, ik heb er een groot deel van de avond naar gestaard.

Het leuke aan de tour was dat we alleen maar vers fruit en eten kregen en meenamen. We trokken banaanbladeren van de bomen en gingen daarop lunchen. We verpakten onze rijst met groente in een pakketje van bladeren en touw. Het voelde allemaal erg avontuurlijk aan en daarom ook zo gaaf.
Dag twee liepen we 6 uur lang. Deze dag regende het keihard en ben ik meerdere malen onderuit gegleden, inclusief een keer waar ik in een stroompje terecht kwam. Tip: als je een trektocht wilt doen, wees dan alsjeblieft niet bang voor beestjes, insecten en bloedzuigers die op je broek komen. Enfin, we kwamen aan bij een local village. Hier sliepen we die avond. We werden heel hartelijk ontvangen en mochten in het huis van de zus van het Dorpshoofd slapen – snap je het nog?
Later kregen we uitgelegd dat de organisatie een deal had met het dorp. Zij gaven hen goederen om zo afgezonderd te kunnen leveren, als de organisatie een keer per week met een groep reizigers langs kon komen.

Die avond gingen we ook op ‘night safari’. De dapperste mensen van de groep (wij dus ook…) konden met de stoere reisleidster de jungle in, op zoek naar krekels, kikkers, ratten en zelfs spinnen. We vonden ze, maar liefst tien krekels en kikkers, een rat en een vogelspin! De vogelspin hebben we alleen bewonderd, zo in zijn holletje in het rijstveld. De rest namen we mee en aten we de volgende ochtend. Je leest het goed, ik heb een kikker gehad, een krekel en zelfs een stukje rat. Kleine side note: je zit in zo’n “flow” van het groen om je heen, en de locals vinden het zo gewoon dat je het maar probeert. Kikker proefde naar kip, krekel smaakte naar niks en de rat smaakte naar varken. Maar dan met een beetje modder. Geen aanrader, wel kicken om geprobeerd te hebben!

De dag erna zijn we in vier uur naar het eindpunt gelopen, vanuit bosachtig gebied naar heuvels. Nog kort een potje “bamboo rafting” en de trektocht was voorbij. We gingen per tuktuk terug naar Chiang-Mai, zeer tevreden en klaar voor een nacht goed slapen.

 

Zou jij rat hebben gegeten?

 

7 5 4 3 2 1

Recommended Posts

Leave a Comment

Neem contact met me op

Heb je een vraag, opmerking of wil je samenwerken? Stuur me gewoon even een berichtje!